Lughnasadh of lammas

Dit is een oogstfeest (1 augustus) voor de eerste oogst, om de Aarde te bedanken voor haar mildheid. Ook word het goddelijke huwelijk geëerd, evenals de Zonnegoden.
De Christelijke versie van dit feest werdt Lammas genoemd (St.-Pieter) en is ontstaan zodat men Lughnasadh zou vergeten.

Lughnasadh betekend letterlijk: in het huwelijk geven.
Ook herinnerd de naam aan de symbolische dood van Lugh, de Keltische God van Zon en Vuur, op deze dag.

Tijdens dit feest werd dus de eerste oogst binnengehaald, waarvan de eerste graan-stengels werden gebruikt om figuren van te vlechten; een graanmeid of graanpop. Zaden werden geplant, van de vruchten die in het ritueel gegeten werden. Er werd brood gebakken, het eerste fruit werd verzameld, er werd gedanst, gezongen en er werden spellen gedaan. Het huis werd versierd met vruchten, men deed aan astrologie en er werden zomerse barbeques gehouden in de openlucht, welke al stammen uit de tijd van de Kelten en Romeinen (vlees roosteren).

Men viert en eert het huwelijk en de bevruchting tussen de Zonnegod (de Ierse Lugh) en de Godin Eriu (een oude vrouw die opnieuw jong word) en de eerste oogst. Ook bracht men offers aan de Zonnegoden.

Op deze dag (sommigen geloven dat dit pas op het tweede oogstfeest gebeurde) offerde Lugh uit vrije wil zijn leven opdat de cyclus van leven, dood en wedergeboorte, (zaaien, groeien en oogsten) door zou gaan. Hij ondergaat een rituele dood en wedergeboorte.
Maar de laatste korenschoof afsnijden zou ongeluk brengen, aangezien ze de Graangod vertegenwoordigd. Daarom gooiden oogsters allemaal tegelijk hun sikkel in de richting van de laatste schoof, zodat niemand wist wie de Graangod had gedood.

Van de laatste schoof bakte men een brood als symbool van overvloed en men maakte er een graanpop van, als symbool van Moeder Aarde, die men versierde met scharlakenrode linten van Cerridwen, de Keltische Moedergodin. Deze pop bleef de hele winter boven de haard hangen.

Bij de Christenen op Lammas (St.-Pieter) legde men dit brood op het altaar als symbool voor de eerste vruchten. Dit brood werd dan gezegend door de priester.

We feesten en dansen, alhoewel het misschien toch een wat ‘somberdere’ sabbat is dan anderen. Sommigen benutten deze dag enkel om hun brood en cake te bakken, en basis voor soepen en sauzen voor de komende winter. Zij voeren vaak geen extra rituelen uit, behalve dan het zegenen van het voedsel.

We zien dit als een tijd waarin de God zijn kracht verliest en waarin de Zon verder naar het zuiden reist en de nachten langer worden. Velen herdenken zijn overvloed en warmte in het voedsel dat we eten.

Kruiden: Acacia, aloë, maïs, cyclamen, frankincense, bosbes, eikenbladeren, zonnebloem.

Altaar versieringen: maïs/tarwe poppen (gemaakt van stro) om de Moeder Godin te symboliseren voor de Oogst.

Wierook: Roos, sandelhout.

Edelstenen: Aventurijn, citrien.

Kaarskleuren: Goudgeel, oranje, groen, licht bruin.

Voedsel: Zelfgebakken brood, noten, wilde bessen, bier, appels, rijst, geroosterd lam, bessentaart, vlierbessenwijn, thee

Beltane

De oorsprong van de naam is onduidelijk.  We weten wel dat het ‘Ierse’ voorvoegsel „bel‟: „gelukkig‟, „zegenrijk‟ of „stralend‟ betekende.

Beltane is een neo-paganistisch jaarfeest dat geïnspireerd is op verhalen over oude meifeesten. Het komt uit Engeland. Met het feest Beltane wordt gevierd dat de natuur na de winter weer  uitgelopen is en dat de zomer, de vruchtbaarste tijd van het jaar aan zal aanbreken. Vruchtbaarheid, die van de aarde en van onszelf, is het belangrijkste thema van dit feest. De zon neemt toe in kracht, de dagen worden langer en een warme zomer strekt zich voor ons uit. De tijd waarop alles tot bloei komt en naar buiten mag om gezien te mogen worden! Het feest wordt gevierd met het vuur van vernieuwing, transformatie en activatie! Het vuur van passie! De periode van Beltane loopt van 1 mei tot 21 juni, de zomerzonnewende.

Dat is de tijd voor Europa christelijk werd. Ook na de bekering van Europa vierde men het heidense feest nog. Het was een feest om de komst van de lente te vieren, het drukte de hoop op een goede oogst uit. Er werd een ‘meiboom’ opgericht en daar  omheen  dansten de jongeren. Tijdens het dansen werden er kleurige linten rond de boom gewikkeld en vaak koos men het mooiste meisje van het dorp uit  en werd  uitgeroepen tot ‘Mei-koningin’. De energie wordt voelbaar sterker en de creativiteit in jezelf mag ontluikenen.

In de Germaanse landen, met name bij de Saksers, werd de nacht van 30 april op 1 mei traditioneel gezien als het huwelijk van ‘Wodan en Freya’. In deze nacht werden heksen verondersteld op hun bezem naar de Blocksberg, de Brocken en nog vele andere verzamelplaatsen te vliegen.

Beltane werd ook wel “Walpurgisnacht of Vanadisnacht” genoemd (Vanadis, een andere naam van Godin Freya). Sint Walpurgis is de gekerstende versie van een Germaanse graangodin. Zij zou rond 800 als non een klooster hebben geleid, wonderen hebben verricht en mensen van hun ziekte hebben genezen. Uit het kalksteen waarop haar graftombe rust zou ‘medicinale olie’ druppelen die nog steeds aan de gelovigen wordt verkocht.

Sint Walpurgis wordt afgebeeld met drie graanhalmen in haar hand. In volksverhalen wordt nog wel eens verteld dat zij achtervolgd werd en een boer haar verstopte in zijn laatste korenschoof. De volgende dag zou het graan in ‘goud’ veranderd zijn. In de zogenaamde Walpurgis nachten liet men zijn raam open voor het geval Sint Walpurgis beschutting nodig had voor haar achtervolgers. Als dank zou zij goudstukken achterlaten.

In het Walpurgisvuur werd stro verbrand om de kracht van de oogst van het vorige jaar over te brengen op de komende nieuwe gewassen.

Ook Maria kreeg een rol toebedeeld in een poging de heidense graan en vegetatie goden te doen vergeten. Ze werd voorgesteld als de beschermvrouwe van de gewassen en de vruchtbaarheid. De meimaand werd ook wel mariamaand genoemd. In de kerken werden in deze maand meialtaren ingericht die versierd werden met bloemen en groene takken. Tijdens de Meiavond stond de meiboom symbool voor de vruchtbaarheid. Hiertoe werd een boom gerooid uit het bos en ontdaan van zijn takken. Alleen de kruin bleef staan. Een ieder is instaat om hierin een fallus symbool te ontdekken!

De soort boom verschilde nogal per streek. Het kon een Den, Berk, Meidoorn, Es of Eik zijn. De kruin werd vaak versierd met bloemen en lekkernijen. Van de afgehakte takken werden kransen gevlochten als symbool voor de ‘eeuwige cyclus’.  De kransen dienden als versiering of als hoofdtooi van de meikoning en koningin. Op de stam werden figuren gekerfd en onder de kruin werden linten bevestigd. De mannen hielden het groene lint vast en dansten met de klok mee, de vrouwen de witte en dansten tegen de klok in. Door beurtelings te bukken werden de linten om de stam gevlochten. Met de stam als mannelijke energie en de linten als vrouwelijke energie kun je in het geheel een ‘paringsritueel’ ontwaren. De gehele gemeenschap was bij deze onderneming betrokken. Alle handelingen dienden om de levenskracht op te wekken.De rest van de avond werd er gedanst en gefeest rondom het traditionele vuur. Wedstrijden met als prijs de Meikoningin waren algemeen. Na afloop bleef de meiboom vaak staan tot het volgende jaar of verbrand tijdens Litha.

De kerk was natuurlijk niet te spreken over deze losbandigheid en kerstende de ‘Meidoorn’ als zijnde een heilige boom, die het kruis van Christus symboliseerde. De takken en de bloesems mochten alleen op het Maria altaar gebruikt worden.

Het vruchtbaarheidsfeest was daarnaast ook een feest van de liefde. Jonge mannen plantten kleine versierde boompjes in de tuin van hun geliefde of hingen kransen aan haar deur. Elders werden bloeiende takken aan het slaapkamerraam gebonden. Soms kon het meisje alleen maar raden wie haar stille aanbidder was, in andere gevallen kerfde hij zijn naam in de tak. Ook werden er wel serenades gebracht. Dit zogenaamde Meien werd in 1612 verboden op grond van behoud van het groen in de stad. Op het platteland bleef dit gebruik langer bestaan.

Voor de veehouders was het feest een belangrijk moment, daar rond die tijd het vee weer voor het eerst naar de weide werd gebracht. Er zijn verschillende gebruiken bekend die met deze gebeurtenis gepaard gingen. Vaak werd het vee tussen twee vuren gedreven. Het knallen van zwepen, luiden van bellen, het besprenkelen met gewijd water of het bestrooien van het vee met zout, alles diende om de levensvatbaarheid op te wekken. Voor deze gelegenheid was het van belang om voor dag en dauw op te staan, want de laatste werd de luilak genoemd. Hij symboliseerde dan de afstervende vegetatie van het vorige jaar, terwijl de eerste ook wel de pinksterbloem werd genoemd als vertegenwoordiger van de nieuwe vegetatie.

De IJsheiligen Bonifatius, Pancratius en Servatius zijn niet anders dan een gekerstende vorm van het verdrijven van de winter. Na deze dagen in mei (12, 13 &14) treed er geen nachtvorst meer op. Nog steeds worden vorstgevoelige planten pas na deze datum buiten gezet.

“Van nachtvorst ben je nimmer vrij, als Bonifatius nog niet is voorbij.”

Het dauw en regenwater van de eerste dag in mei zou veel kracht bevatten. Het werd verzameld en voor vele doeleinden gebruikt, zoals genees en schoonheidsmiddel. Bronnen werden in die ochtend vereerd en versierd met meidoorn. Het bronwater werd in flessen mee naar huis genomen om te gebruiken bij ziekten en om vruchtbaarheid en voorspoed te bevorderen. Deze gebruiken werden tot in de hoogste kringen uitgevoerd. Sporen hiervan zien we nog terug tijdens het dauwtrappen op hemelvaartsdag.

Binnen de Wicca is Beltane het moment waarop de Godin en God ‘één worden’ en bevruchting plaatsvindt. De god Lucifer levert de energie en de Godin Diana geeft de materie vorm. Zij neemt plaats achter haar spinnenwiel en spint het leven van een nieuw mens terwijl ze betoverend zingt. Hun dochter Aradia wordt geboren, zij is de heksenmoeder. Beltane is dan ook het moment om een ‘Handvasting’ te hebben; het huwelijksfeest van de heksen. Tijdens de rituelen van de Wicca wordt de eenwording gesymboliseerd door de Athame, het rituele mes, in de kelk te steken.

Zoals alles in de natuur nu vorm krijgt, is Beltane het moment om je eigen plannen vruchtbaar te maken. Optimisme, groei, bloei en sensualiteit staan hier centraal.

Kleuren: wit & rood (Godin) , groen (God)
Goden: Pan, Odin (Wodan),  Lucifer
Godinnen:  Diana, Freya, Aphrodite, Venus
Bloemen: meidoorn, kamperfoelie, seringenbloesem, pinksterbloemen.
Edelstenen: Vuuropaal, Rozenkwarts, Saffier,  Carneool.
Teken: Steenbok
Planeten: Saturnus,  Mercurius

Maretak (mistletoe)

De oorsprong van het gebruik van het kussen onder de maretak – in het Engels ‘mistletoe’ –  is in nevelen gehuld. We horen er het eerst van in een 16e eeuwse beschrijving uit Engeland.  In de kersttijd maakte men een “kissing bough” door middel van twee hoepels versierd met hulst, klimop en linten. Daar werden vaak nog appels en sinaasappelen aan gehangen en in het midden hing een twijgje maretak!

Mistletoe_Kissing KissMistletoe

Het ritueel van het kussen

De maretak hangt traditioneel op een plek waar we een grens overgaan. Hij hangt boven de voordeur of boven een drempel binnenshuis. Wie onder de maretak staat mag een kus niet weigeren. Vooral jonge vrouwen zijn het (on)gewilde slachtoffer van deze kuspraktijk. In de meest uitgebreide versie van het ritueel moet er voor elke kus  een bes uit de maretakbos worden geplukt en aan het meisje worden gegeven. Zij neemt die mee en kerft er de initiaal van haar geliefde in en draagt de bes vervolgens bij haar hart. Als de struik leeg is, mag er niet meer worden gekust! In Engeland kan het “hele kerstseizoen” worden gekust, in Frankrijk slechts op “nieuwjaarsdag”

De betekenis van de kus: wat beduidt die kus onder de maretak?

Ten eerste betekent het “vruchtbaarheid”. Een zoen op de mond tussen een man en een vrouw kan de aanleiding zijn voor verdere intimiteiten. De coïtus wordt plastisch afgebeeld door het witte besje in de oksel van een maretak. Het witte besje en zijn kleverige sap is te vergelijken met het sperma van de man en de vertakking van de maretak met de gespreide dijen van de vrouw. De maretak werd als vruchtbaar makend gezien. Plinius zei al dat het steriele dieren weer vruchtbaar zou maken en later werd maretak door vrouwen om de middel gedragen als extra hulp om zwanger te worden.

Ten tweede staat de maretak voor “vrede”. In Scandinavië zou hij bekend staan als plant van de vrede. Er wordt beweerd dat er in het middeleeuwse Scandinavië het gebruik bestond dat als vijanden elkaar tegenkwamen in het woud – en zij bleken onder de maretak te staan – zij een wapenstilstand moesten sluiten. Ook ruziënde stellen konden onder de maretak weer vrede sluiten. Onder de maretak kan je je verzoenen en een werkelijke verzoening bezegel je met een zoen! Beide betekenissen hebben te maken met de liminaliteit van de plant. Het is de plant die de grens (limes) aangeeft tussen het oude en het nieuwe jaar en tussen de boven- en de onderwereld. Daardoor kan hij je helpen om zelf de drempel tussen “twee fasen” over te gaan.

Persephone

De dag tussen de jaren

De maretak wordt gezien als toebehorend aan de dag tussen de jaren; dit kan Nieuwjaarsdag zijn maar ook wel de dag na de midwinter. Dit is ook de dag van “Janus” (de maand januari is aan hem gewijd). Hij is de god van de eikenhouten deur en de god met de twee gezichten. Hij kijkt vooruit en achteruit. Die deur gaat open naar een nieuw jaar en een nieuwe cyclus. De sleutel van de deur naar een nieuw jaar en een nieuwe cyclus is de maretak. De sleutel die in het slot gestoken wordt heeft natuurlijk ook een seksuele connotatie.

De maretak wordt ook gezien als de sleutel van de poort van de onderwereld. Aeneas, de legendarische stichter van de stad Rome, gebruikt een ‘gouden tak’ om de onderwereld in te gaan. Deze tak was een geschenk voor “Persephone, de koningin van de onder-wereld. In de Aeneas van Vergilius wordt deze tak vergeleken met maretak. Zo ga je met de maretak ook de drempel over tussen deze wereld en de andere wereld.

Winterkoninkje

De maretak en het winterkoninkje

Maar op welke manier helpt de maretak om je drempelvrees te overwinnen? Daarvoor moeten we hem vergelijken met het sprookje van Grimm over het winterkoninkje! Ook dit sprookje speelt zich af rond de midwinter.

Zoals het winterkoninkje gebruik maakte van de kracht van deadelaar” om nog iets hoger te kunnen vliegen, zo gebruikt de (half)parasitaire maretak de kracht van de “eik” (of een appel of populier) om er energie van te krijgen. Beide wezens worden gezien als de meest onaanzienlijke van hun soort. Het winterkoninkje is de kleinste van de vogels. De kleine maretak wordt in de mythe van Balder over het hoofd gezien als alle levende wezens een eed moeten zweren dat ze deze goede god niet zullen kwetsen. Beide zijn ze favoriet bij de druïden.

Beide zitten ze in “de wereld van afstand”. Het winterkoninkje zit in de prikkelbosjes van de gedachten en de maretak hangt tussen hemel en aarde aan de boom en hoort daardoor nergens bij. Wij mensen kunnen zijn als het winterkoninkje en de maretak, nergens bij horend en gevangen in onze afstandelijke gedachten. Te bang om werkelijk kwetsbaar te zijn, om de deur te openen voor vriendschap met je vijand en voor liefde met degene die je geliefde zou kunnen worden.

Kissing-under-the-MistletoeJaarwiel

Maretak en levenswiel

Het midwinterritueel van het kussen onder de maretak geeft een symbolisch antwoord op de vraag hoe we die afstand kunnen overbruggen. In de ‘kissing bough zit de maretak in het centrum van een hoepel en ook het winterkoninkje wordt in de midwinter ceremonieel rondgedragen vastgebonden in een hoepel! Deze hoepel staat symbool voor “het jaar- of levenswiel”. Juist met midwinter is er een cruciaal punt bereikt in het jaarwiel. Het wiel van het jaar staat even stil, er is een dag tussen de jaren die toebehoort aan de maretak en het winterkoninkje. Zij geven vanuit hun ik-bewustzijn het cruciale duwtje om  het jaarwiel weer in beweging te brengen.

We kunnen “terugkeren in ons centrum”, in de naaf van het levenswiel, door een bewuste daad van verzoening. Deze verzoening breng je tot stand door middel van een kus. Zo kan je de weg naar het centrum terugvinden en – net als Aeneas – uit de onderwereld terugkeren. Met een bewuste daad van contact kunnen we ons werkelijk verbinden met iemand anders en voelen hoe we meedraaien met het levenswiel. Hoe we werkelijk leven in de volle intensiteit van het hier en nu!

Wat heb jij nog niet afgesloten van het oude jaar, met wie heb jij je “nog niet verzoend” en met welke dame of heer zou jij een “dieper contact” aan willen gaan? Kortom: wie zoen jij onder de maretak?

Samhain: Jack ‘O Lantern

TrickOrTreatSamhainFeest

Met Halloween, op de avond van de 31ste oktober gaan er in vele landen kinderen langs de deuren met uitgeholde pompoenen met een lichtje erin. Ze roepen: ‘trick or treat’ en zijn vermomd als engerds, als vampiers, spoken, heksen of skeletten. Zo gaat de maskerade van deur tot deur tot er genoeg lekkers is verzameld en eindigt of begint bij een groot vuur, waar er nog een griezelig verhaal wordt verteld. Achter deze schijnbaar onschuldige kindermaskerade gaat een “oud heidens feest” schuil met de naam Samhain. De gebruiken van dit feest hebben echter een diepere betekenis!

Het verhaal van JACK ‘O LANTERN

Die uitgeholde pompoen – waar de kinderen mee lopen – wordt in de Angelsaksische landen de ‘Jack ‘O Lantern’ genoemd. De herkomst van die naam is te vinden in de Ierse sage over een aartsschurk genaamd Stingy (= gierige) Jack. Stingy Jack was een man die in zijn leven niet wou deugen, maar wel de duivel een aantal keren te slim af was. Met Halloween komt de duivel naar zijn stamkroeg om zijn ziel te halen. Jack weet de duivel zo ver te krijgen dat hij zich in een muntstuk verandert om de waard te kunnen betalen en zet hem vervolgens gevangen in zijn geldbuidel waar een kruis op staat. De tweede maal – opnieuw met Halloween – smeekt hij de duivel om een appeltje voor hem te plukken. De duivel doet dat en kan vervolgens niet uit de boom vanwege het kruis dat Jack in de boom heeft gekerfd. Pas als hij belooft om Jack voor altijd met rust te laten bevrijdt Jack de duivel uit de boom. Als Jack na zijn dood bij de hemelpoort aanklopt wordt hij niet toegelaten. Maar ook de duivel houdt zijn belofte en ziet het absoluut niet zitten zo’n slimmerik toegang tot de hel te verlenen! Hij smeekt dan de duivel om een gloeiend kooltje voor wat warmte en om zijn weg door de wereld te verlichten. Jack krijgt het kooltje en beschermt het kooltje tegen weer en wind door het in een uitgeholde raap te plaatsen. Zo “dwaalt” hij met zijn lichtje als dwaallicht door de wereld tot aan het einde der tijden.

jack-o-lantern

Het DWAALLICHTJE

Jack ‘O Lantern is dus één van de vele namen voor het dwaallichtje. In het Engels wordt dit verschijnsel ook wel Will-of-the-Wisp en Corpse Candle genoemd. De laatste naam verraad waar het om gaat: het is een lichtje voortgebracht door de ziel van een dwalende dode. In de meeste gevallen gaat het om een ongedoopt kind, een brandstichter of een grenssteenverzetter. In het Halloween verhaal gaat het om iemand die te goed is voor de hel en te slecht voor de hemel. Deze dwalende doden worden hiermee een soort van elf. “Elfen” werden wel gezien als “gevallen engelen” die te slecht waren voor de hemel maar te goed voor de hel. In een variant van het Jack ‘O Lantern verhaal klimt de slimme man zelf de appelboom in, waar de duivel hem niet kan bereiken. De appel is een elfenboom (denk aan Avallon en Tir-Nan-Og). Je zou kunnen zeggen dat Jack naar de elfenwereld vlucht …

SAMHAIN

Juist met Halloween staan de elfenheuvelen wijd open en kunnen de geesten vrijelijk rondspoken. Dit komt doordat het een scharnierpunt in het jaar is. Het is een periode tussen de jaren in. Vroeger werd het feest in Schotland en Ierland Samhain genoemd. Dit betekent letterlijk ‘einde van de zomer’. In Wales noemden ze ditzelfde feest ‘Calan Gaef‘: het begin van de winter. Het is het begin van de donkere helft van het jaar. De Kelten zagen de avond, dus de komst van de duisternis als het begin van de nieuwe dag en naar analogie daarvan kan je aannemen dat Samhain als begin van de duistere periode ook het begin van het nieuwe jaar was. Op dit soort drempelmomenten zijn de sluiers tussen deze en de Andere wereld dun. Geesten, elfen en andere wezens kunnen op deze nacht ook in onze wereld ronddwalen of anders gezegd; wij zijn gevoeliger voor hun aanwezigheid en nemen ze eerder waar!

jack-o-lantern-storey

De GEEST te GAST

Juist met Halloween – op de drempel tussen twee seizoenen – zouden de dolende geesten een versterkt contact kunnen maken met de wereld van de levenden. Gedreven door de komst van de koude verlieten ze de desolate plekken, de moerassen en heidevelden om terug te gaan naar de huizen, wellicht het huis waar ze ooit zelf woonden. Op die nacht vroegen de dolende geesten – en dus ook Jack ‘O Lantern – om “gastvrijheid”. Wie weigert om hem binnen te laten zal verwenst worden en  onheil over de hoofden van het gezin brengen. Wie de gast welkom heet wordt gezegend. Als je hem binnenlaat kan je hem mogelijk zelfs verlossen. Het woord gast is dan ook etymologisch verwant aan geest. Gastvrijheid is een heilige plicht, zelfs tegenover de doden!

Elk kind dat met Halloween rondloopt met een lichtje in een pompoen kan je zien als de verbeelding van zo’n dolende ziel. In Engeland benoemde men dit rondgaan met de veelzeggende term ‘to go a-souling’, de ‘treat’ werd een “soul-cake” genoemd. Het kind komt met zijn (dwaal)lichtje en met zijn vermomming als geest aankloppen op zoek naar gastvrijheid, om binnen genood te worden voor een beetje warmte en een versnapering en vraagt ‘trick or treat’. De ‘trick’ is te zien als het onheil wat de geest kan brengen. Na de ‘treat’ zal de geest juist zijn zegen brengen. De gemaskerde optocht is te zien als een geestenoptocht. Masker komt van ‘masca’ dat staat voor heks of geest en ‘mom’ in het woord vermomming staat ook voor geest!

De LAATSTE OOGST

De maskerades werden vroeger door volwassenen gehouden. Deze wisten de achtergrond en wilden – voor die ene keer in het jaar – zijn als een dode om de verwantschap met de vereerde geesten van de voorouders te voelen. Zo hielpen zij mee met de derde en laatste oogst. Vlak voor Halloween werden op het veld de laatste restanten binnengehaald zoals knollen, rapen en in latere tijd pompoenen. Maar op Halloween zelf volgde de allerlaatste oogst die binnengehaald werd door de Dood zelf. Magere Hein: het skelet met zeis en zandloper – vaak gehuld in een mantel – hij die ook wel de ‘grim reaper’ wordt genoemd, kwam zielen oogsten. Dit maakt Halloween tot zowel een oogstfeest als een feest van de doden!

De GOD van de DOOD

Sommigen beweren dat Samhain vernoemd is naar een Arische god van de dood Samana. Daarbij word dan ook verwezen naar de engel des doods in de Joodse Talmud genaamd Samael. Voor deze theorie zijn er echter geen harde bewijzen. Toch is het erg toevallig dat in de voodoo van Haïti de loa of god van de dood ‘baron samedi’ heet. Zijn feest wordt ook nog gevierd in de halloweentijd. Samedi is Frans voor zaterdag, de laatste dag van de week.

Tarot13 RaiderWhiteTarot13jpg
(Kaart XIII De dood in middeleeuwse tarotspelen afgebeeld als een zielen oogstend skelet)

De grimmige, dus “gemaskerde oogster” snijdt met zijn zeis de laatste hechtingen af die de ziel aan deze wereld bindt. Hij neemt de zielen van het afgelopen jaar mee naar de geestenwereld. Het gaat hier om de nog “ronddolende zielen“, de “dwaallichtjes“. Deze zielen hebben de weg naar beneden of naar boven nog niet gevonden of zijn nog te gehecht aan het aardse om deze wereld te verlaten. Met Samhain/Halloween worden deze zielen overgebracht naar de andere kant. De mensen hielpen – door middel van de maskerade van Halloween – de god van de dood mee. Uit dankbaarheid daarvoor zouden zielen vanuit de andere wereld overvloed en vruchtbaarheid brengen aan de levenden. In de christelijke tijd werd dit gebruik zo veel mogelijk vervangen door het bidden voor de arme zielen in het vagevuur met “Allerheiligen en Allerzielen”. Gemaskerd rondlopen werd gezien als heulen met demonen. Het lichtje waar je mee rondliep was “hellevuur”. Toch was het gebruik niet volledig uit te roeien.

NonfireBeach

BON(e)FIRE en needfire

In het verhaal van Jack ‘O lantern had Jack zijn lichtje uit de hel gehaald. Het is de vraag of dit een duivels lichtje was. Het zou ook afkomstig kunnen zijn van de ‘bon(e)fires’ die op de heuvels werden aangestoken met Samhain, zodat ze van verre te zien waren. Hierbij moest op een rituele manier vuur gemaakt worden, het zogenaamde noodvuur. Dit was vuur dat werd gemaakt door middel van wrijving van hout tegen hout. Voor een nieuw zuiver begin van het jaar was het nodig om de vuren in de haarden van alle huizen te doven. Elke huisvader moest naar het grote vuur op de heuvel dat in heidense tijden door de druïden – en later door gewone huisvaders – werd aangestoken met dit noodvuur. Hier kregen ze – waarschijnlijk in ruil voor een dierenoffer – een “gloeiende kool” mee, om in eigen huis de haard mee aan te steken. ‘Bonfire’ is waarschijnlijk een ‘bonefire’. Het is een ritueel vuur waarin de beenderen van de geofferde dieren werden verbrand.

Om dit vuur tegen wind en regen te beschermen stak men het in een uitgeholde raap (pompoenen hadden ze in die tijd nog niet in Europa). Met dit licht wezen ze mogelijk de dolende geest van de voorouder ook de weg. Door deze uit te nodigen in het huis en met dit licht een nieuw vuur in de haard te ontsteken, kon de vooroudergeest via de haard rust vinden en naar de boven of onderwereld reizen. Van daaruit kon hij een “beschermgeest” zijn voor zijn familie. Hij hield zijn familie in de gaten en  kon vanuit de haard geluk en voorspoed bezorgen als hij vond dat ze dat verdienden. Zo wordt onbewust met de Jack ‘O Lantern van Halloween een oeroud ritueel in ere gehouden.

SamhainHistory