Lughnasadh of lammas

Dit is een oogstfeest (1 augustus) voor de eerste oogst, om de Aarde te bedanken voor haar mildheid. Ook word het goddelijke huwelijk geëerd, evenals de Zonnegoden.
De Christelijke versie van dit feest werdt Lammas genoemd (St.-Pieter) en is ontstaan zodat men Lughnasadh zou vergeten.

Lughnasadh betekend letterlijk: in het huwelijk geven.
Ook herinnerd de naam aan de symbolische dood van Lugh, de Keltische God van Zon en Vuur, op deze dag.

Tijdens dit feest werd dus de eerste oogst binnengehaald, waarvan de eerste graan-stengels werden gebruikt om figuren van te vlechten; een graanmeid of graanpop. Zaden werden geplant, van de vruchten die in het ritueel gegeten werden. Er werd brood gebakken, het eerste fruit werd verzameld, er werd gedanst, gezongen en er werden spellen gedaan. Het huis werd versierd met vruchten, men deed aan astrologie en er werden zomerse barbeques gehouden in de openlucht, welke al stammen uit de tijd van de Kelten en Romeinen (vlees roosteren).

Men viert en eert het huwelijk en de bevruchting tussen de Zonnegod (de Ierse Lugh) en de Godin Eriu (een oude vrouw die opnieuw jong word) en de eerste oogst. Ook bracht men offers aan de Zonnegoden.

Op deze dag (sommigen geloven dat dit pas op het tweede oogstfeest gebeurde) offerde Lugh uit vrije wil zijn leven opdat de cyclus van leven, dood en wedergeboorte, (zaaien, groeien en oogsten) door zou gaan. Hij ondergaat een rituele dood en wedergeboorte.
Maar de laatste korenschoof afsnijden zou ongeluk brengen, aangezien ze de Graangod vertegenwoordigd. Daarom gooiden oogsters allemaal tegelijk hun sikkel in de richting van de laatste schoof, zodat niemand wist wie de Graangod had gedood.

Van de laatste schoof bakte men een brood als symbool van overvloed en men maakte er een graanpop van, als symbool van Moeder Aarde, die men versierde met scharlakenrode linten van Cerridwen, de Keltische Moedergodin. Deze pop bleef de hele winter boven de haard hangen.

Bij de Christenen op Lammas (St.-Pieter) legde men dit brood op het altaar als symbool voor de eerste vruchten. Dit brood werd dan gezegend door de priester.

We feesten en dansen, alhoewel het misschien toch een wat ‘somberdere’ sabbat is dan anderen. Sommigen benutten deze dag enkel om hun brood en cake te bakken, en basis voor soepen en sauzen voor de komende winter. Zij voeren vaak geen extra rituelen uit, behalve dan het zegenen van het voedsel.

We zien dit als een tijd waarin de God zijn kracht verliest en waarin de Zon verder naar het zuiden reist en de nachten langer worden. Velen herdenken zijn overvloed en warmte in het voedsel dat we eten.

Kruiden: Acacia, aloë, maïs, cyclamen, frankincense, bosbes, eikenbladeren, zonnebloem.

Altaar versieringen: maïs/tarwe poppen (gemaakt van stro) om de Moeder Godin te symboliseren voor de Oogst.

Wierook: Roos, sandelhout.

Edelstenen: Aventurijn, citrien.

Kaarskleuren: Goudgeel, oranje, groen, licht bruin.

Voedsel: Zelfgebakken brood, noten, wilde bessen, bier, appels, rijst, geroosterd lam, bessentaart, vlierbessenwijn, thee

Advertenties